Heb je kennis van het overlijden, afscheid of ander opmerkelijke gebeurtenis van een (ex)collega?
Laat het ons even weten dan kunnen wij daar mogelijk aandacht aan besteden.
Martin Waals vertelt.
Enkele verhalen van vroeger bij de Verkeersgroep Nijmegen opgeschreven door Martin Waals.

 

Verhaal 1

 

“s-Morgens had ik dienst met Berend. D., opperwachtmeester bij de surveillance afdeling van de Verkeersgroep Nijmegen. Samen in de Ford Sierra surveilleren rondom Nijmegen. Aan Berend, die haast nooit de weg opging, moest ook steeds verteld worden wanneer hij links of rechts moest afslaan. Plots kregen wij van de meldkamer de opdracht om naar de A-50 te gaan waar een colonne zigeuners richting Nijmegen reed. Het verzoek was om deze colonne te begeleiden buiten ons bewakingsgebied. Maar ja, wij zaten op de A52 (Nijmegen – Arnhem). Als we binnendoor gingen of door Nijmegen zouden we altijd te laat komen. Maar aangezien men bezig was de A-15 door te trekken van Valburg naar Bemmel konden we proberen om via het reeds verharde traject op de A-50 te komen. Berend stuurde de toekomstige afrit op en wat bleek. Boven op het viaduct stonden we voor een zandvlakte.  Berend. stopte netjes en vroeg aan mij: “En nou?”. Hier zag ik mijn kans en spoorde hem aan de zandvlakte op te rijden met de woorden: “We kunnen er best overheen rijden. Het zand is zo hard aangeregend dat het ons wel houd. Wacht ik laat het je zien.” Hierop stapte ik uit en sprong op het zand wat haast geen sporen achterliet en wenkte hem op te rijden. Berend reed vervolgens achteruit en kwam met een zo hoog mogelijke snelheid richting de zandvlakte, waarop hij direct tot aan de bodem van de auto inzakte. Wat hij daarna tegen mij zei zal ik in dit verhaal maar niet herhalen maar dat dat niet positief was moge duidelijk zijn. Vooral niet toen er verschillende collega’s kwamen kijken hoe wij door een takelwagen weer op de weg werden gezet.

 

Verhaal 2.

 

In de jaren tachtig was het nog mogelijk om tijdens de dienst ergens langs de weg te gaan staan en een technische controle te houden. Die dag was besloten om onze aandacht op de Citroën 2CV te richten. Toen we net bezig waren kwam een surveillanceauto van de post Beuningen langs en vroegen waar wij mee bezig waren en of zij mee mochten controleren. Nadat door Kees van Dijkhuizen was verteld dat wij speciaal keken naar de 2CV’s met lekke uitlaten en defecte veerdempers en hoe dat moest worden gecontroleerd, gingen de twee mannen van Beuningen naar de overkant van de weg om daar te controleren. Na enige tijd kwam er een 2CV aan die zoveel lawaai maakte dat horen en zien je verging. Dus typisch een geval van een ernstige lekke uitlaat. Een van de collega’s van Beuningen, Huib Lith, zei tegen de bestuurster dat ze een bekeuring kreeg voor de lekke uitlaat. Maar Kees zou Kees niet zijn toen hij ook naar de overkant toog en daar met de bestuurster in gesprek ging. Dit gesprek ging als volgt:

Kees:               “Mevrouw wat is er aan de hand”
Mevrouw:          “Ik krijg een bekeuring omdat ik een lekke uitlaat heb”
Kees:               “Start u de motor eens”

Hierna kon Kees alleen maar gebaren dat de bestuurster de motor maar uit moest zetten, omdat hij zich vanwege het lawaai toch niet verstaanbaar kon maken. Nadat de motor uit was:

Kees:               “En voor zo’n klein gaatje krijgt u een bekeuring?”

Wat hierna ontspon laat zich niet moeilijk raden.

 

Verhaal 3.

 

OP het programma stond het controleren van de veewagens op de paardenmarkt te Elst (Over Betuwe). Jan Weusthof en ik moesten daar naartoe. Vroeg stonden we al de veewagentjes en vrachtwagens te controleren tot het moment dat de toevoer staakte. “Hou de stofjas maar aan”, zei Jan. “We gaan even kijken of er nog handel is”. Niet begrijpend wat hij precies bedoelde, liep ik achter hem aan het marktterrein op. Nou wist ik wel dat Jan een handelaar in hart en nieren was, maar ik had nooit gedacht dat hij ook in paarden handelde zo later bleek. Al snel was Jan in een handjeklap gewikkeld met een van de paardenmensen. En ja hoor, Jan had een mooie Pony gekocht. Daar liepen we dus met een pony over de markt. Op mijn vraag hoe hij hem thuis kreeg, zei Jan dat hij hem weer ging verkopen en dat hij echt niet met een paard bleef zitten. Nou inderdaad had Jan al vlug de pony verkocht, maar dat weerhield hem er niet van om direct weer een pony te kopen. Zo bleef dat doorgaan tot hij zijn vijfde pony kocht. Die raakte hij namelijk niet kwijt. Daar stonden we dan met een pony aan de Citroën HY (TPW) gebonden. Alle paardenmensen wensten hem geluk met de pony, maar er was niemand die hem verloste van het beest. Ten langen leste zei Jan dat hij hem wel naar een vriend zou brengen. Daar kon hij dan wel in de wei. Vervolgens werd de pony in de TPW geladen en daarna op weg naar die vriend. Tot het moment dat we een oproep kregen om naar een ernstige aanrijding te gaan. Ik vroeg nog aan Jan hoe dat nu moest met de pony. Nou zei Jan, ga jij maar alvast naar het ongeval, dat zorg ik wel voor de pony. Nadat Jan de pony aan de in de grond geslagen koevoet had gebonden hebben we de aanrijding op papier gezet en hebben vervolgens de pony alsnog  naar zijn vriend gebracht.

 

Verhaal 4.

 

Toen ik in 1976 bij de Verkeersgroep Nijmegen kwam moest ik op een gegeven moment mee met de radarauto, om te zien wat zij allemaal deden. Ik werd toen meegestuurd met Huub S. We zouden naar de achterhoek gaan en daar een mooi plaatsje in de polder opzoeken waar we konden controleren. Er werd toen nog niet gekeken naar black spots. Dit had tot gevolg dat we op een doorgaande weg kwamen te staan. Om ons heen was geen enkel huis te zien. Nadat de radar langs de weg was geplaatst en wij plaats namen in de Volkswagenbus, pakte Huub zijn schaakbord en zijn we een potje gaan schaken. Het bleek al gauw dat Huub een hele goede schaker was. Ik werd namelijk bij elk potje al na de tweede of derde zet gewaarschuwd dat ik ging verliezen. Dat gebeurde dan ook bij elke partij. Het is niet dat ik niet tegen mijn verlies kan, maar dat men dat na de tweede of derde zet al zegt, gaat zelfs mij te ver.

Na enige tijd begon Huub steeds meer te bewegen tot hij aan mij vroeg om even een eindje te gaan lopen. Ik had daar echter geen trek in, maar hij zei me dat hij even op de prullenmand wilde gaan zitten om een grote boodschap te doen. Nou daar wilde ik niet bij zijn, dat begrijp je. Dus ik ben toch maar gaan wandelen. Tijdens dit wandelen werd ik door iemand aangesproken met de vraag of ik daar in de buurt de weg wist. Nadat ik hem had verteld dat ik het niet wist schoot mij toch weer iets door mijn hoofd, waarna ik zei: “Misschien weet mijn collega het wel, hij zit daar in de bus.”

 

Martin Waals

Reacties op deze verhalen graag in ons gastenboek.

Laatst aangepast op woensdag, 05 mei 2010 20:28
 
RocketTheme Joomla Templates